De belastingregels voor spaargeld, beleggingen en ander vermogen blijven in beweging. Rond Prinsjesdag en eind september heeft het kabinet nieuwe plannen voor box 3 gepresenteerd. Deze kunnen gevolgen hebben voor uw belastingaangifte en financiële keuzes.
Wij zetten de belangrijkste ontwikkelingen voor u op een rij. Daarbij maken we onderscheid tussen de huidige regels en voorstellen die nog kunnen veranderen.
Hoe wordt uw vermogen nu belast?
In box 3 betaalt u belasting over het berekende rendement op uw vermogen. Denk aan spaargeld, aandelen, crypto en een tweede woning. Uw eigen woning valt in box 1.
De Belastingdienst gebruikt vaste rendementspercentages voor verschillende soorten vermogen. Bij deze berekening blijft een deel van uw vermogen vrijgesteld. Is uw werkelijke rendement lager dan het berekende rendement? Dan kunt u onder voorwaarden de lagere opbrengst laten gebruiken.
Voor uw aangifte is het daarom belangrijk om beide berekeningen goed te vergelijken.
Mogelijk minder vermogen vrijgesteld in 2027
Het kabinet heeft voorgesteld om het heffingsvrije vermogen in 2027 te verlagen naar € 30.846 per persoon. Voor fiscale partners zou de gezamenlijke vrijstelling dan € 61.692 bedragen. In 2026 is de vrijstelling nog € 59.357 per persoon.
Een lagere vrijstelling betekent dat meer mensen belasting gaan betalen in box 3. Het kabinet werkt echter aan alternatieven om kleine spaarders te ontzien. De genoemde bedragen staan daarom nog niet vast.
Heeft u bijvoorbeeld € 50.000 spaargeld en geen fiscale partner? Dan blijft u in 2026 onder de vrijstelling. Maar bij de voorgestelde verlaging in 2027 zou u boven de vrijstelling uitkomen en vermogensrendementheffing over uw spaargeld gaan betalen.
Tip: houd bij uw financiële planning rekening met mogelijke wijzigingen, maar baseer uw keuzes nog niet op deze voorgestelde grens alleen.
Hoger berekend rendement op beleggingen
Een ander voorstel is om het vaste rendement voor overige bezittingen in 2027 met 1,5 procentpunt te verhogen. Hieronder vallen onder meer aandelen, crypto en een tweede woning.
Daardoor gaat de Belastingdienst uit van een hogere opbrengst. Uw belasting kan dus stijgen, terwijl uw werkelijke rendement gelijk blijft of zelfs daalt.
Tip: Heeft u beleggingen of vastgoed, dan wordt het extra belangrijk om te controleren of belastingheffing op basis van het werkelijke rendement voor u voordeliger is.
Werkelijk rendement: een goede administratie helpt
Binnen het huidige stelsel kunt u een lager werkelijk rendement doorgeven. De Belastingdienst past vervolgens de voordeligste berekening toe.
Bij het werkelijke rendement tellen niet alleen rente, dividend en huur mee. Ook waardestijgingen en waardedalingen worden meegenomen, zelfs als u een belegging nog niet heeft verkocht. Bovendien geldt bij deze berekening geen heffingsvrij vermogen.
Bewaar daarom uw bank- en beleggingsafschriften en gegevens over uw vastgoed zorgvuldig. Met een volledig overzicht kunnen wij beoordelen welke berekening voor u het gunstigst uitpakt. In ons artikel ‘Welke gegevens moet u nu bewaren om straks uw werkelijke box 3-rendement te kunnen aantonen?’ leest u hier meer over en kunt u een handige checklist downloaden.
Nieuw stelsel vanaf 2028: winst bij verkoop belasten
Het kabinet wil vanaf 2028 overstappen op belastingheffing over werkelijke opbrengsten. Voor aandelen, obligaties en andere financiële instrumenten is het voorstel om waardestijgingen in beginsel pas te belasten wanneer de winst wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop. Rente en dividend blijven jaarlijks belast.
Voor vastgoed bevat het wetsvoorstel eveneens belastingheffing over gerealiseerde waardewinst. Voor de resterende vermogenscategorieën wordt een verdere overstap naar een vermogenswinstbelasting vanaf 2030 voorzien. De precieze regels en invoeringsdata zijn nog onzeker.
Voor uw financiële planning kan het moment van verkoop daardoor belangrijker worden. Of het verstandig is een belegging aan te houden of te verkopen, hangt daarnaast af van uw doelen, risico’s en persoonlijke omstandigheden.
Belastingvoordeel groen sparen en beleggen wordt kleiner
Naast de nieuwe voorstellen gaan ook eerder vastgelegde wijzigingen in. De extra vrijstelling voor erkende groene spaartegoeden en beleggingen daalt in 2027 naar € 200 per persoon, of € 400 voor fiscale partners. Vanaf 2028 vervallen deze vrijstelling en de bijbehorende heffingskorting.
Tip: Heeft u groene spaartegoeden of beleggingen? Dan is dit een goed moment om het rendement, de voorwaarden en het resterende belastingvoordeel opnieuw te bekijken.
Wat betekent dit voor u?
De gevolgen verschillen per situatie. De samenstelling van uw vermogen, eventuele schulden en uw werkelijke opbrengsten bepalen samen hoeveel belasting u betaalt. Wij volgen de voorstellen en kunnen voor u inzichtelijk maken wat mogelijke wijzigingen betekenen.
Meer weten? Neem contact met ons op
Wilt u weten wat de box 3-plannen betekenen voor uw spaargeld, beleggingen of tweede woning? Neem contact met ons op. Wij bekijken uw situatie en helpen u met uw belastingaangifte en financiële planning.
TIP: checklist box 3 administratie
Met onze checklist voor uw box 3-administratie ziet u welke gegevens en documenten u nodig heeft voor uw belastingaangifte. Door deze alvast te verzamelen, houdt u overzicht en bespaart u tijd bij het voorbereiden van uw aangifte.
Dit artikel is gebaseerd op de stand van zaken op 14 oktober 2026. De genoemde voorstellen kunnen nog wijzigen.
