Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet de belastingplannen voor 2027. Wat betekenen deze voor uw inkomen, vermogen en onderneming? In dit artikel zetten we de belangrijkste voorgestelde wijzigingen helder op een rij.
Een opvallend voorstel is om belastinggrenzen en -kortingen op de belasting minder te laten meestijgen met de inflatie. Dat raakt meer dan alleen de belasting op uw salaris: ook ondernemers en mensen met spaargeld, beleggingen of aandelen in een eigen BV kunnen gevolgen merken. Hierdoor moet u mogelijk meer belasting betalen, terwijl uw koopkracht niet toeneemt. Omdat het Belastingplan 2027 nog in behandeling is bij de Tweede Kamer, staan de plannen nog niet definitief vast. Zo is inmiddels een amendement ingediend om de belastinggrenzen en -kortingen wel volledig te laten meestijgen met de inflatie.
Wat verandert er voor ondernemers?
Voor ondernemers bevatten de belastingplannen zowel beperkingen als voordelen. Verschillende aftrekposten worden afgebouwd. Daar staat tegenover dat zakelijk reizen, energiebesparende investeringen en innovatie fiscaal aantrekkelijker worden.
Minder belastingvoordeel voor zelfstandige ondernemers
Ondernemers die inkomstenbelasting betalen over hun winst, bijvoorbeeld met een eenmanszaak of vof, krijgen te maken met minder aftrekmogelijkheden. Daardoor kan bij dezelfde winst meer belasting verschuldigd zijn.
De belangrijkste veranderingen zijn:
- Zelfstandigenaftrek: deze daalt volgens de eerder afgesproken afbouw van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027.
- Startersaftrek: het kabinet wil deze extra aftrek voor startende ondernemers in 2027 verlagen van € 2.123 naar € 10. Vanaf 2028 verdwijnt de regeling helemaal.
- Afschrijven voor starters: vanaf 2028 vervalt naar verwachting de mogelijkheid om bepaalde investeringen sneller af te schrijven. Starters moeten dan de gewone afschrijvingsregels volgen.
- Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid: deze bijzondere aftrek vervalt volgens het voorstel vanaf 2029.
Ook de stakingsaftrek en meewerkaftrek worden aangepakt. De stakingsaftrek verlaagt de belastbare winst die ontstaat als u uw onderneming beëindigt of verkoopt. De meewerkaftrek is bedoeld voor ondernemers van wie de fiscale partner onder voorwaarden zonder of tegen een lage vergoeding meewerkt.
Het kabinet wil beide aftrekken eerst met 75% verminderen en drie jaar later afschaffen. De beoogde jaren zijn 2027 en 2030, maar de ingangsdatum hangt samen met de nieuwe regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. Die planning staat dus nog niet vast.
Kilometervergoeding structureel naar € 0,25
De maximale onbelaste kilometervergoeding stijgt structureel van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.
Werkgevers mogen de hogere vergoeding al toepassen op basis van een beleidsbesluit. Zij kunnen ook eerder in 2026 vergoede kilometers aanvullen met € 0,02 per kilometer. De fiscale verhoging verplicht werkgevers niet om meer te betalen.
Gebruikt u als ondernemer uw privéauto voor zakelijke ritten? Dan wordt ook de aftrek verhoogd naar € 0,25 per zakelijke kilometer. Bij 10.000 zakelijke kilometers betekent dat € 200 extra aftrek van uw winst. Uw uiteindelijke belastingvoordeel is een deel van dat bedrag.
Youngtimerregeling: leeftijdsgrens gaat omhoog
Rijdt u een oudere auto van de zaak ook privé? Dan kan de youngtimerregeling voordelig zijn. De bijtelling bedraagt daarbij 35% van de huidige waarde van de auto, in plaats van een percentage van de oorspronkelijke cataloguswaarde.
Het kabinet stelt de volgende leeftijdsgrenzen voor:
- Vanaf 2027: 17 jaar.
- Vanaf 2028: 20 jaar.
De eerder vastgelegde verhoging naar 25 jaar wordt daarmee versoepeld. Voor bepaalde auto’s die al vóór 2026 door dezelfde persoon werden gebruikt en in 2027 17 jaar worden, komt overgangsrecht. Deze kunnen heel 2027 onder de regeling blijven vallen.
Vanaf 2028 kunnen auto’s die nog geen 20 jaar oud zijn alsnog buiten de regeling vallen. Daardoor kan de bijtelling flink stijgen. Controleer daarom wat de voorstellen betekenen voor uw huidige auto en eventuele vervanging.
Meer aftrek voor energiebesparende investeringen
Een positief voorstel is de verhoging van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 40% naar 45,5% vanaf 2027. Daarmee kunt u een groter deel van een aangewezen investering extra aftrekken van uw winst.
Investeert u bijvoorbeeld € 20.000 in een bedrijfsmiddel dat volledig voor de EIA in aanmerking komt? Dan stijgt de extra aftrek van € 8.000 naar € 9.100. Dat is € 1.100 extra aftrek, boven op de normale afschrijving. Het is dus geen terugbetaling van 45,5% van de aanschafprijs.
De investering moet wel voldoen aan de voorwaarden van de Energielijst. Ook moet u de investering doorgaans binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting melden bij RVO. De besteldatum kan daarbij bepalend zijn, niet de leverdatum. Valt dit moment in 2026, dan moet de investering op de Energielijst 2026 staan. Dat betekent ook dat de investering op de Energielijst 2027 moet staan als de besteldatum in 2027 valt. Deze lijsten hoeven niet identiek te zijn, dus timing van een investering kan essentieel zijn en controleer vooraf of de investering ook daadwerkelijk op de Energielijst van het betreffende jaar staat.
Eenvoudigere innovatiebox wordt aantrekkelijker
Ontwikkelt uw BV zelf bijvoorbeeld innovatieve software of technologie? Dan kan de innovatiebox onder voorwaarden belastingvoordeel bieden. Voor kwalificerende innovatiewinst geldt een effectief vennootschapsbelastingtarief van 9%.
Er bestaat ook een vereenvoudigde regeling. Daarbij mag u 25% van de winst vóór toepassing van de innovatiebox meenemen tot een jaarlijks maximumbedrag. U hoeft dan niet precies te berekenen hoeveel winst aan de innovatie is toe te rekenen.
Het kabinet wil dit maximum vanaf 2027 verhogen van € 25.000 naar € 100.000. Daardoor kan een groter winstbedrag onder het gunstige tarief vallen. De regeling blijft wel aan voorwaarden gebonden: alleen een vernieuwend idee of product hebben is onvoldoende. Laat daarom beoordelen of uw BV hiervoor in aanmerking komt.
Wat verandert er voor werkgevers en werknemers?
Grens voor pensioenopbouw blijft gelijk
Het kabinet wil het maximale inkomen waarover u met belastingvoordeel pensioen kunt opbouwen, van 2027 tot en met 2032 bevriezen op € 137.800 per jaar. Deze zogenoemde aftoppingsgrens stijgt dan zes jaar lang niet mee met de lonen. Het voorstel raakt ook de inkomensgrens voor fiscaal voordelige lijfrenteopbouw.
Dit is vooral relevant voor hogere inkomens. Stijgt uw salaris boven deze grens? Dan kunt u over dat hogere deel geen extra pensioen opbouwen binnen de gewone fiscale pensioenregeling. Bij verdere loonstijgingen valt daardoor een steeds groter deel van uw inkomen buiten de regeling.
Voor werkgevers is dit een aandachtspunt bij pensioenafspraken en de communicatie met medewerkers. Voor werknemers met een hoger inkomen kan het aanleiding zijn om te bekijken of hun verwachte pensioen nog aansluit bij hun wensen.
Extra werkgeversbelasting op auto’s met uitstoot
Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers te maken met een extra belasting op zakelijke personenauto’s met CO₂-uitstoot die werknemers ook privé of voor woon-werkverkeer mogen gebruiken. Deze belasting heet de pseudo-eindheffing en geldt onder meer voor benzine-, diesel- en hybrideauto’s. Volledig elektrische auto’s vallen erbuiten.
De heffing bedraagt jaarlijks 12% van de cataloguswaarde, inclusief btw en bpm. Bij een auto van € 40.000 betekent dit € 4.800 extra werkgeverskosten per jaar. De werkgever betaalt deze belasting en mag haar niet doorberekenen aan de werknemer. De gewone bijtelling voor de werknemer blijft daarnaast bestaan.
Let op: voor deze werkgeversheffing telt woon-werkverkeer als privégebruik. De grens van maximaal 500 privékilometers, die bij de gewone bijtelling geldt, biedt hier geen vrijstelling. Voor auto’s ouder dan 25 jaar wordt de heffing berekend over de marktwaarde.
Overgangsregeling voor bestaande auto’s
De heffing is al vastgelegd in het Belastingplan 2026. Nieuw zijn de voorgestelde aanpassingen, waaronder een verlenging van het overgangsrecht. Voor auto’s die dezelfde werkgever vóór 1 januari 2027 al aan werknemers beschikbaar heeft gesteld, wil het kabinet de heffing uitstellen tot 1 januari 2031. Deze verlenging moet nog worden goedgekeurd. Alleen vóór 2027 een auto bestellen is onvoldoende: de auto moet daadwerkelijk beschikbaar zijn gesteld.
Bekijk daarom tijdig welke auto’s onder de regeling vallen en wanneer leasecontracten aflopen. Zo kunt u de extra belasting meenemen in uw keuzes voor het wagenpark.
Wijzigingen voor particulieren
Aftrek specifieke zorgkosten verdwijnt vanaf 2028
Het kabinet wil de aftrek van specifieke zorgkosten per 1 januari 2028 afschaffen. Nu kunt u bepaalde niet-vergoede kosten door ziekte of een beperking aftrekken, voor zover deze boven een inkomensafhankelijke drempel uitkomen.
Ook de bijbehorende tegemoetkoming voor mensen die het belastingvoordeel niet volledig kunnen benutten, verdwijnt. Voor chronisch zieken wordt gewerkt aan gerichte ondersteuning, maar de uitwerking daarvan is nog niet bekend.
In 2026 en 2027 blijft de aftrek volgens de huidige voorwaarden beschikbaar. Maakt u hiervan gebruik? Houd er dan rekening mee dat dit belastingvoordeel vanaf 2028 naar verwachting vervalt.
Lagere overdrachtsbelasting voor een tweede woning of huurwoning
Het kabinet stelt voor om de overdrachtsbelasting voor woningen die u niet als hoofdverblijf gebruikt, vanaf 1 januari 2027 te verlagen van 8% naar 7%. Dit geldt bijvoorbeeld voor een tweede woning, vakantiewoning of woning die u verhuurt.
Het verschil kan aanzienlijk zijn. Bij een woning waarover € 400.000 overdrachtsbelasting wordt berekend, daalt de belasting van € 32.000 naar € 28.000: een besparing van € 4.000.
Bij een gebruikelijke aankoop is de juridische overdracht bij de notaris bepalend voor het tarief. Een levering vanaf 1 januari 2027 kan daardoor voordeliger zijn dan een levering in december 2026, als het voorstel wordt aangenomen. Bespreek de planning met uw adviseur en notaris; een eerdere overdracht van de economische eigendom kan gevolgen hebben.
Box 3 wijzigingen
Ook voor box 3, de belasting op spaargeld, beleggingen en ander vermogen, zijn er wijzigingen. Wat er verandert en wat dit voor uw situatie kan betekenen, leest u hier.
